|
 Hierbij een uitleg voor het herkennen van een Wolfe Wave; er zijn twee varianten - eentje voor de beren, en eentje voor de stieren :lol: De schematische weergave van de beide patronen is weergegeven in figuur 1.
 Figuur 1
Voor het voorbeeld dat ik hier onder ga geven nemen we een Bearish Wolfe Wave op de S&P500. [i]Voor een Bullish Wolfe Wave patroon komen de termen Toppen, Bodems, Hoger en Lager dus net andersom te liggen - spreekt voor zich, toch...[/i] :roll: De eerste stap in het proces is het duidelijk zichtbaar maken van toppen en dalen - een ZigZag indicator is daar er handig voor (zie figuur 2)
 Figuur 2
Wanneer de toppen duidelijk zichtbaar zijn, gaan we op zoek naar 3 achtereenvolgende toppen die steeds hoger komen te liggen. Dat is duidelijk het geval voor de koersen in ons voorbeeld. We tekenen nu een rechte lijn van de eerste top naar de tweede top en verlengen deze vervolgens tot iets voorbij de derde top (zie figuur 3). Sommige handelsapplicaties hebben deze tekengereedschappen ingebouwd, maar het lukt ook met een programma zoals photoshop oid. Het is nu van belang dat de derde top geraakt wordt door de getekende lijn - soms breekt de koers even door de lijn en ligt de top er dus boven (een soort uitbraak dus). Als de derde top dus ruim onder de lijn blijft liggen, is er zeker geen Wolfe Wave patroon. In ons voorbeeld lijken we dus op de goede weg te zijn...
 Figuur 3 We gaan vervolgens kijken naar de 2 bodems die tussen de drie geïdentificeerde toppen liggen. Eigenlijk zijn we met name geïnteresseerd in de tweede boden, want die bepaalt hoe de koersdoellijn gaat lopen. Er is echter ook een belangrijke regel voor dit punt: het dient namelijk lager te liggen dan de eerste top. Als aan deze voorwaarde wordt voldaan, is er een geldig Wolfe Wave patroon, en kunnen we de telling in de grafiek aan gaan brengen (zie figuur 4): we beginnen bij de eerste top (Punt 1) en volgen de Z-indicator om Punt 2 (eerste bodem), Punt 3 (tweede top), Punt 4 (tweede bodem) en tenslotte Punt 5 (de derde top).
 ]Figuur 4 Ten slotte kunnen we de koersdoellijn tekenen door de punten P1 en P4 met elkaar te verbinden - het koersdoel ligt ergens op het verlengde van deze lijn (zie figuur 5). Vaak werkt de koersdoellijn ook als steunlijn - dus altijd volle winst pakken als de koersdoellijn geraakt wordt! Slechts een enkele keer schiet de koers door (Aegon was vorige week zo'n geval: http://www.cente.nl/cf/viewtopic.php?p=16893#p16893 )

Figuur 5
Vaak is het zo dat de meest succesvolle Wolfe Waves een soort valse uitbraak laten zien nabij Punt 5; soms is dat duidelijk zichtbaar, soms betreft het een cluster van bars die tegen de lijn aanliggen, maar je moet eigenlijk pas in de trade stappen als duidelijk is dat het een valse uitbraak betreft boven het verlengde van de lijn P1-P3. Ook kan een koers even onder de lijn duiken en vervolgens toch weer stijgen, dus wordt de stop/loss neergelegd bij Top P5 (of eventueel een paar tikken er boven) - de koers zou hier niet meer terug moeten komen.
Inmiddels ben ik met een eigen indicator aan het experimenteren (zie figuur 6) - is nog niet perfect, want er zijn vaak veel toppen en dalen, dus ook meerdere patronen te herkennen.
 Figuur 6
Toppen en dalen met een 113%, 127% of 162% fibonnaci verlengingen zijn vaak de meest succesvolle patronen, en ook divergentie met een oscillator (bijv de rsi) kan extra bevestiging geven. Naar mate je meer ervaring krijgt met het herkennen van dit patroon, weet je snel genoeg of deze realistisch is of niet. In de grafiek van Ahold kun je bijvoorbeeld goed zien dat de RSI voor P5 lager ligt dan de RSI voor P3; dit suggereert vermoeiing en dus een grotere kans dat de koers niet blijft stijgen (zie figuur 7).
 Figuur 7
Ik hoop dat het bovenstaande voorbeeld leerzaam mag zijn en dat er veel knaken mee verdiend mogen worden. Op het forum kunt u actuele analyses van individuele aandelen en indices lezen. (red.)
|